Behandel artrose zo vroeg mogelijk

Steeds meer mensen hebben er last van: artrose in de knie. Deze vermindering van kraakbeen rondom het kniegewricht heeft nogal vervelende gevolgen voor patiënten: iedere beweging doet ze pijn. Orthopedisch chirurg Roel Custers uit het UMC Utrecht pleit vooral voor meer preventie.

(Tekst: UMC Utrecht)

“Voldoende beweging en het tegengaan van overgewicht helpt in het voorkomen van knie-artrose. En als artrose toch ontstaat, is zo vroeg mogelijk behandelen effectief om ervoor te zorgen dat het niet erger wordt.” Hij licht de laatste ontwikkelingen toe.

Zo’n 1,4 miljoen Nederlanders hebben last van artrose in een of meerdere gewrichten. Artrose in de knie komt bij veel van hen voor. De gevolgen op het dagelijks leven zijn groot. Kraakbeen is zachter en elastischer dan bot en zit om de gewrichten heen. Het functioneert als een schokdemper en zorgt ervoor dat de gewrichten soepel over elkaar heen bewegen. Bij artrose is het kraakbeen rondom gewrichten gedeeltelijk of geheel weg, waardoor de gewrichtsbotten op een pijnlijke manier over elkaar schuren bij iedere beweging.

Oorzaken

Hoe knie-artrose precies ontstaat is nog niet duidelijk. Wel zijn er enkele oorzaken aan te wijzen. Simpelweg ouder worden, is de belangrijkste. Met het verstrijken van de jaren vermindert de kwaliteit van het kraakbeen waardoor het gemakkelijker slijt. Omdat Nederlanders steeds ouder worden, is dat dan ook een belangrijke reden voor de toename van artrose. Ook reumatoïde artritis leidt vaak tot artrose. De ontstekingen in gewrichten die met reumatoïde artritis gepaard gaan, tasten het kraakbeen aan. Overbelasting is een andere oorzaak. Dit kan komen door overgewicht of door te intensief sporten. In beide gevallen wordt er te veel gevraagd van het kraakbeen, waardoor het harder slijt. Een standsafwijking, bijvoorbeeld O-benen, zorgt voor overbelasting van een deel van het kraakbeen, omdat de belasting niet gelijkmatig over de hele knie is verspreid.. Verder kunnen een ongeluk of een harde val op de knie ook – ernstige – kraakbeenschade opleveren.

Wat kan je er tegen doen?

Een knieprothese (kunstknie) is meestal het laatste redmiddel. “Dit is een dure ingrijpende operatie, waarbij patiënten behoorlijk lang moeten revalideren”, vertelt Roel. “Meestal zijn patiënten daarna wel van hun pijn af, maar zeker niet iedereen. Ongeveer twintig procent van alle patiënten die een knieprothese krijgen zijn niet tevreden of hebben een complicatie. Deze laatste groep betreft met name jonge patiënten. Verder gaat een prothese ongeveer tien tot vijftien jaar mee. Als je jong bent is de kans groot dat je deze prothese overleeft en dat die vervangen moet worden. Dit heet een revisie. Deze revisie-prothese gaat minder lang mee (vier tot zeven jaar), gaat gepaard met een grotere kans op complicaties en de kosten nemen enorm toe. Als deze revisie-prothese niet meer functioneert, houdt het wel zo’n beetje op. Daarom proberen we het plaatsen van een prothese zo lang mogelijk uit te stellen. Voor hun zestigste krijgen mensen er meestal geen bij ons, tenzij we echt geen alternatief meer hebben.”

Beweging

Bij beginnende artrose is oefentherapie en pijnstilling gebruikelijk. “Als je pijn hebt bij het bewegen, heb je de neiging minder te bewegen. Logisch, maar niet goed. Want juist door beweging krijgt het kraakbeen zijn voeding. Om het kraakbeen heen zit gewrichtsvloeistof. Dit bevat voedingsstoffen die het kraakbeen gezond houden. Omdat kraakbeen niet doorbloed is, krijgt het zijn voeding niet via het bloed. Beweging perst de voedingstoffen uit het gewrichtsvloeistof in het kraakbeen. Daarnaast zorgt beweging voor minder overgewicht en dus minder overbelasting van de gewrichten. Ten slotte gaat artrose vaak gepaard met stijfheid. Deze stijfheid neemt toe als je niet in beweging blijft. Het gezegde ‘rust roest’ komt hier dan ook vandaan. Op een gezonde manier sporten is dus essentieel.”

Als reumatoïde artritis de oorzaak van de artrose is, helpen ontstekingsremmers. Bij reumatoïde artritis tasten ontstekingen het kraakbeen aan. Door die ontstekingen af te remmen, ga je ook de kraakbeenaantasting tegen. “Omdat de behandeling tegen reumatoïde artritis steeds effectiever wordt, zie je dat terug in de ernst van de artrose. Hoe eerder je reumatoïde artritis goed behandelt, hoe minder artrose. Omdat de klassieke grote reuma-gewrichtsafwijkingen niet meer ontstaan, dankzij de goede medicijnen van tegenwoordig, bestaat de klassieke reuma-orthopeed ook niet meer.”

Een standscorrectie bij O-benen of X-benen is een ingrijpende maar effectieve behandeling. “Ook bij kleine standsafwijkingen, van zo’n vijf procent, is de kans op artrose groot, doordat er een grotere druk op een deel van het gewricht staat. Met een standscorrectie is dat op te lossen. De belasting in het gewricht wordt verplaatst van het aangedane deel naar het onaangedane deel. Hiervoor wordt het bot een stuk ingezaagd en een aantal graden opengebogen. Dit zetten we vervolgens met een plaat en schroeven in de juiste stand weer vast. Dat is best een ingrijpende operatie. Voor wie al artrose hierdoor heeft, werkt deze behandeling goed. Nog beter is het natuurlijk deze correctie te doen voordat de artrose ontstaat, maar zo ver zijn we nog niet.”

Kniedistractie

Een hele nieuwe behandeling is de in het UMC Utrecht uitgevonden kniedistractie. “Hierbij trekken we het bot een beetje uit elkaar, waardoor kraakbeen de ruimte krijgt te groeien. Dit is iets wat lang voor onmogelijk werd gehouden, ‘kraakbeen groeit niet aan’ was de heersende gedachte.” Deze behandeling kost wel enkele weken, maar daarna zijn patiënten jaren van hun pijn af. “Sommigen al meer dan tien jaar, maar omdat het een nieuwe methode is, weten we niet hoe lang patiënten gemiddeld klachtenvrij blijven. Dat zou nog langer kunnen zijn.”

Behandelingen die niet werken

Een behandeling die nog heel vaak wordt toegepast zijn injecties met corticosteroïden. Roel geeft aan dat het UMC Utrecht deze maar slechts af en toe geeft, omdat het averechts werkt. Corticosteroïden werken pijnstillend, dus in die zin is deze behandeling effectief. Maar het werkt slechts kortdurend, is niet goed voor het kraakbeen en je kan maanden niet meer opereren, omdat de kans op een infectie enorm toeneemt, dus uiteindelijk ben je verder van huis. Deze injecties worden overigens wereldwijd nog zeer vaak gezet, ook door huisartsen.”

Ook hyaluronzuurinjecties worden nog vaak toegepast, dat leek een tijdje goed te werken, maar inmiddels is duidelijk dat het nauwelijks werkt. Hetzelfde geldt voor het stofje glucosamine. Sommige mensen met artrose slikken dit voedingssupplement omdat het goed zou werken. “Helaas is het niet gelukt dat aan te tonen. Hier is verschillend wetenschappelijk onderzoek naar gedaan, maar er is geen positief effect gevonden. Tegelijkertijd kan deze voedingsstof ook geen kwaad, dus als mensen het gevoel hebben er wel baat bij te hebben, moeten ze het vooral blijven gebruiken. Een placebo-effect is ook een effect.”

Nieuwe ontwikkelingen

Juist omdat zoveel mensen er last van hebben, en het zo’n negatieve invloed op het dagelijks leven heeft, doet het UMC Utrecht onderzoek naar betere behandelingen van artrose. Roel vertelt over de Zodiakstudie die nu loopt. “In deze studie testen we het effect Zoledronaat op knieartrose. Dit middel heeft effect op de samenstelling van bot, het wordt al gebruikt tegen botontkalking. Er zijn steeds meer aanwijzingen dat de conditie van het bot belangrijk is voor de kwaliteit van het kraakbeen. Met deze studie onderzoeken we of het gebruik van Zoledronaat  kraakbeenafbraak tegengaat en de pijn vermindert.”

Ook de kwaliteit van de gewrichtsvloeistof dat het kraakbeen omringt, heeft invloed op het kraakbeen. “Daarom onderzoeken wij hoe we die kwaliteit kunnen bevorderen en wat het resultaat daarvan is. Vergelijk het met een aquarium. Als het water niet zuiver is, gaan de vissen dood. Wij geven injecties met groeifactoren om de conditie van deze vloeistof te verbeteren en onderzoeken wat dat doet met de pijn en de afbraak. Dat zijn injecties met bloedplasma en bloedplaatjes. Het liefst zouden we dat onderzoek ook doen bij kniedistractie, want wellicht versterkt dat de groei van kraakbeen. Maar de subsidie die we daarvoor hebben aangevraagd is helaas nog niet gehonoreerd.“

Ten slotte is er ook nog de stamcel-kraakbeentransplantatie. “Met de IMPACT-studie hebben wij aangetoond dat het bij een gat in het kraakbeen helpt om donorstamcellen toe te voegen, die vervolgens lichaamseigen kraakbeencellen van een patiënt maken. Dit helpt vooralsnog alleen bij een gat in het kraakbeen na een ongeluk of blessure bijvoorbeeld, het helpt nog niet bij artrose. Deze behandeling deden wij in het verleden in studieverband, in de IMPACT-studie.  Dit betrof een veiligheidsstudie en binnenkort gaan we starten met een nieuwe IMPACT studie, waar we de effectiviteit gaan bestuderen.”

Met de nieuwe ontwikkelingen – ook die op het gebied van bioprinten van kraakbeen – verwacht Roel samen met zijn collega’s wel wat flinke stappen te kunnen zetten in het behandelen van artrose. “Maar of het nu goed te behandelen is of niet: voorkomen is altijd beter. En daar kan iedereen nu mee starten, door gezond te bewegen en overgewicht tegen te gaan.”

Geef een reactie