Column Kees van Anken – Privacy

Bij ons in het dorp wist iedereen alles van elkaar, behalve natuurlijk wat er zich achter de dichtgetrokken gordijnen afspeelde. Maar dan wist je dat zonder vrije inkijk het daarbinnen waarschijnlijk niet pluis was. Vroeg of laat lag ook dat op straat. Sociale controle heette dat. De hele discussie rond privacy en gegevensbescherming is dus van alle tijden en relatief. Het verschil is, dat niet alleen het dorp, maar de hele wereld nu alles van je te weten kan komen.

Het lijkt dus toch verstandig zorgvuldig met alles wat we weten, opslaan, uploaden, bewaren en verzamelen om te gaan.

Op 25 mei moet elke organisatie zijn gegevensbescherming op orde hebben. Er is een Algemene Verordening Gegevensbescherming afgekondigd. Dat levert een hoop heisa op. Nieuwe regels, doorlichten van systemen, dichttimmeren van datalekken en altijd klaar zijn om op lastige vragen antwoorden te kunnen geven. Heb je je zaakjes niet op orde, dan volgen sancties. Voor iedereen die denkt dat het zijn of haar deur voorbijgaat, helaas het treft u en ons allen. Lid van een klaverjasclub? Weleens bij de huisarts geweest? Werknemer of werkgever? Iedereen moet er aan geloven. Ook de bestuurder van een sportvereniging. De ledenadministratie moet AVG proof zijn. Dat betekent voor vaak overbelaste vrijwilligers nog meer werk.

Intussen is de overheid zelf drukdoende om zo veel mogelijk over haar burgers te weten te komen en dat zo lang mogelijk te bewaren. Ondanks een referendum, ging de zogenaamde sleepwet ongehinderd door de 2e Kamer. Kennelijk vinden we dat niet heel erg, want tegenstem of niet: we Facebooken gewoon door en sluiten ons niet collectief aan bij de oproep van Arjen Lubach om Mark Zuckerberg en de zijnen te boycotten. Dat weten ze natuurlijk in Den Haag. Niemand gaat voor de bescherming van zijn/haar privacy de straat op. Er worden geen molotov-cocktails bereid en we laten de straatstenen gewoon zitten. In een mooi retroperspectief over de protestgeneratie merkt Peter Giessen op: de vernieuwers van toen zijn het establishment van nu geworden. En in hetzelfde katern: het is gemakkelijker je tegen mensen dan tegen abstracties (zoals de bescherming van privacy) af te zetten.

Maar het kan ver gaan. Ik zit te ontbijten in een verre vreemde stad en hoor naast me iemand in het Nederlands druk vertellen over haar werk voor straatkinderen in die plaats. Ik Google even op mijn telefoon en weet binnen twee tellen hoe haar stichting heet, wie ze is, wat ze doet, met wie ze getrouwd is, hoe vaak ze in het land komt en zo nog wat meer details over haar hobby’s en persoonlijk leven. Voor het verkrijgen van dit soort persoonlijke informatie over mensen heb je geen privédetective, geheime dienst of zelfs maar de politie nodig. Als ik mijn belastingformulier wil invullen, blijkt de belastingdienst dat al voor me te hebben gedaan. Al mijn ‘bankgeheimen’ zijn bij de belastingdienst bekend. Lekker makkelijk en … een beetje ongemakkelijk.

Het laat onverlet, dat ik niet hoor te weten wat de bloedwaarden van mijn buurman zijn bij zijn laatste onderzoek in het ziekenhuis. Net zomin als ik wil dat hij weet waar ik gisteravond uithing. Maar misschien moet ik daarvoor de komende tijd wel wat meer aan mijn persoonlijke gegevensbescherming gaan doen. Vanavond zitten bij mij om te beginnen de gordijnen dicht, wat u er ook van mag denken.

Kees van Anken

Geef een reactie