Kees van Anken – Klein behuisd

Een aantal jaren geleden was dé oplossing voor de daklozenproblematiek de Skeave Huse. Skeave Huse waren een uit Denemarken overgewaaid fenomeen. In feite ging het om kampementjes van kleine woningen, zeg maar wooncontainers op een overgeschoten stukje land. De dakloze kon daar met z’n eigen gewoonten en gebruiken zonder anderen te storen in vrede wonen.

In Nederland is het concept nooit aangeslagen. Een tijdlang berichtten de kranten nog over ‘aso-woningen’, maar in een aangeharkt land als Nederland bleek er weinig ruimte voor. Er kwam iets anders voor in de plaats, ook uit het buitenland overgewaaid, ‘housing first’. Dat kwam uit Amerika, nog voordat er sprake was van ‘America First’. Maar omdat iedereen wel als eerste een woning wil, sloeg ook dat idee alleen maar aan in gebieden waar een woningoverschot was. Daar is al lang geen sprake meer van. De concurrentie op de woningmarkt is nu zo groot, dat wonen voor veel mensen onbetaalbaar is geworden. De problemen van daklozen lijken samen te vallen met die van nieuwkomers op de woningmarkt.

In Gelderland bespeurt men nog een ander fenomeen, dat het allemaal nog een beetje erger maakt: de trek van het westen naar het oosten. De huizen zijn er (net als in het noorden) goedkoper, en het aanbod is groter. Voor de oosterlingen zelf is dit minder plezierig: er ontstaat verdringing. Zelfs de vakantieparken in Gelderland zitten nu vol met semipermanente bewoners. Gelderland heeft inmiddels besloten tot het bouwen van meer woningen en in te zetten op meer vormen van tijdelijke huisvesting in leegstaande kantoren en de ontwikkeling van ‘tiny houses’.

Dat laatste interesseert me hogelijk en het is kennelijk ook een heel trendy onderwerp. Allerlei media tot en met een speciaal YouTube kanaal berichten erover. Het is wonen op de vierkante centimeter in ingenieus ontworpen behuizingen van soms minder dan 20 vierkante meter. Met mini-keukentjes, wegklapbare bedden, multifunctionele tafeltjes, verschuifbare scheidingswandjes en creatieve opberghoekjes. Voor een kleinschalig land als Nederland dé perfecte minimalistische woonoplossing zou je denken.

Maar ondanks alle publiciteit zijn er nog maar een magere 250 van dit soort woningen. Ik reken dan de zogenaamde chaletjes (stacaravans) en hun mobiele variant even niet mee.

Heel soms neem ik even de proef op som om te bekijken of het iets voor mij is. Ik ga kamperen. Maar elke keer ontdek ik opnieuw dat het niet bij me past. Het idee is leuker dan de praktijk. Ik vind het gedoe en al snel mis ik ruimte en comfort. Bij die vorm van wonen moet je heel erg georganiseerd zijn en er is weinig zo ingewikkeld als in een hele kleine ruimte de boel op orde houden.

Het wonen in een krappe behuizing heeft wel andere voordelen; er is weinig ruimte voor spullen en het bespaart enorm op vaste lasten. Maar helaas is ‘klein’ niet altijd hetzelfde als ‘goedkoop’. Een beetje ‘tiny house’ kost al gauw meer dan een ton en dan moet het ook nog ergens staan. Allerlei regels en verordening maken het klein bouwen mateloos ingewikkeld. In Techum zijn een paar kaveltjes beschikbaar, maar na een jaar zijn sommige kopers behoorlijk gefrustreerd geraakt door wat wel en niet mag.

Het blijft dus behelpen en het is niet een oplossing die bij iedereen past en het lost ook maatschappelijk weinig op. Voor daklozen is het onbereikbaar, voor andere woningzoekenden te klein of te duur, de regels bieden geen ruimte en ik heb al een huis.

Gelukkig durven woningcorporaties het weer aan en gaan bouwen, dat helpt!

Kees van Anken

Geef een reactie