Medische privacy bij de gemeente, niet vanzelfsprekend

Gemeenten gebruiken vaak privacygevoelige medische gegevens om te bepalen hoeveel zorg burgers nodig hebben. Hiermee begeven ze zich al snel op het terrein van het medisch beroepsgeheim. Onwenselijk en onnodig. Gemeenten hebben niet zoveel gevoelige gegevens nodig om de zorgbehoefte van cliënten te bepalen. Gemeenten verzamelen teveel informatie.

(Tekst: LOC)

Een gemeenteambtenaar die medische gegevens van bijna tweeduizend burgers doorstuurt naar een externe organisatie. Huisartsen die aan de bel trekken, omdat patiënten hun medisch dossier aan de gemeente moeten geven. Jeugdzorgverleners die niet meer met bepaalde gemeenten willen werken, omdat die inzage eisen in de behandeldossiers van jongeren. Het zijn slechts enkele van de berichten in de afgelopen tijd waaruit blijkt dat de medische privacy van burgers bij gemeenten in de knel komt. Het komt erop neer dat gemeenten veel meer gevoelige gegevens opvragen dan er nodig zijn om zorgtaken uit te kunnen voeren. En dat ze het niet zo nauw nemen met het beschermen van persoonlijke medische gegevens.

Medische privacy

Zorgen om de medische privacy bij gemeenten zijn er vooral sinds ze twee jaar geleden verantwoordelijk werden voor de jeugdzorg en de zorg voor chronisch zieken, ouderen en gehandicapten (Jeugdwet en Wet maatschappelijke ondersteuning 2015). De 390 gemeenten moeten zelf onderzoeken welke steun hun burgers nodig hebben, en krijgen hiervoor van de regering geen duidelijke spelregels. Zodoende is het lastig voor ze om te bepalen wat ze wel en niet mogen. Sterker nog, het rijk laat het omgaan met de privacy over aan de ‘lerende praktijk’. Nu is privacywetgeving best lastig, dus dat is vragen om moeilijkheden: het gaat dan ook nogal eens mis.

Lees hier verder

Geef een reactie