Reactie UMCG op Zembla-uitzending transgenders met spijt

Gisteren, 19 december 2018 besteedde het TV-programma Zembla aandacht aan transgenders met spijt, waaronder Patrick, die onder behandeling is geweest van het genderteam in het UMCG.

(Tekst: UMCG)

​Allereerst vinden we het vreselijk dat Patrick spijt heeft van de keuze die hij heeft gemaakt. Zijn verhaal onderstreept het grote belang dat wij hechten aan zorgvuldige psychische screening. In het UMCG vindt uitgebreide psychische screening plaats voorafgaand aan de medische genderbehandeling. Pas na positief advies kan iemand starten met hormoontherapie. Iedere patiënt die ook een geslachtsaanpassende operatie in het UMCG ondergaat, krijgt voorafgaand aan de operatie nogmaals gesprekken met een psycholoog of psychiater. Verder kan een geslachtsaanpassende operatie in ons ziekenhuis pas plaatsvinden na een jaar goed lopende hormoonbehandeling, inclusief leven in het wensgeslacht. Deze werkwijze is erop gericht om de kans op een succesvolle transitie te vergroten en het risico op een teleurstelling te voorkomen. Het leven als transgenderpersoon is vaak niet gemakkelijk. De medische behandeling is wel een steun, maar geen reparatie voor (vaak vele) jaren leven met een niet gewenst lichaam. De genderrol kan nog steeds stressvol zijn na aanpassing aan het gewenste geslacht. Daarnaast zijn er grote verschillen tussen patiënten, met name als het gaat om bijkomende problemen.

Voor transgenderpersonen die bij ons in behandeling zijn, zijn er altijd mogelijkheden om in gesprek te gaan of (advies voor het regelen van) nazorg te krijgen. Uiteraard zijn we er daarbij van afhankelijk of iemand het gesprek wenst aan te gaan, en verder of de benodigde zorg met de gendervraag ofwel met andere problemen te maken heeft.

Onderzoek toont dat de patiënten van genderteams in grote meerderheid (90-95%) tevreden zijn met hun behandeling en het gaan leven in de rol van het andere geslacht. Dit is de reden dat professionals het verantwoord vinden om deze behandeling aan te bieden, ondanks de risico’s bij deze behandeling.

We hebben ervoor gekozen om niet voor de camera mee te werken aan de uitzending van Zembla, maar schriftelijk te reageren. Bij de beantwoording van de vragen zijn het medisch beroepsgeheim en de wet bescherming privacy voor ons leidend geweest. Iedere patiënt moet erop kunnen vertrouwen dat alle medische informatie te allen tijde veilig en beschermd is en nooit door ons openbaar wordt gemaakt. Dit uitgangspunt geldt ook als (delen van) die informatie door de patiënt zelf of door anderen al openbaar is gemaakt. Om die reden kunnen en mogen wij niet ingaan op medische details van Patrick en zijn behandeling in het UMCG.

Hieronder vertellen we graag meer over wat we weten over de uitkomsten van wetenschappelijk onderzoek naar genderdysforie en over de toenemende vraag van transgenderpersonen naar een medische behandeling. Op de UMCG-web​pagina over genderdysforie leest u meer over dit onderwerp.

Wetenschappelijk onderzoek

Uit internationaal en Nederlands onderzoek en ook uit onze ervaring blijkt de overgrote meerderheid van patiënten een grote verbetering van de kwaliteit van leven te ervaren. Dit is de reden dat professionals het verantwoord vinden om deze behandeling aan te bieden, ondanks de risico’s bij deze behandeling. Het fundamentele probleem dat men in een verkeerd of ‘vreemd’ lichaam is geboren, is vaak voor een groot deel, maar helaas lang niet altijd volledig te herstellen. Dit probleem is nadrukkelijk onderwerp bij de gesprekken vooraf.
Onderzoek toont dat in de diagnostische fase, soms op eigen beweging, soms op ons advies, ca. 10% van de patiënten stopt met het traject. In de fase dat men hormonen gebruikt stopt 5%, maar dat heeft niet zo met spijt te maken, men kan ook stoppen met de hormoonbehandeling, omdat de behandeling toch niet past, niet goed was vol te houden, of niet doet wat men hoopte.

Ongeveer de helft van de transvrouwen die in het UMCG worden behandeld, wil een geslachtsaanpassende operatie ondergaan (het UMCG voert overigens geen penisplastiek bij transmannen uit). Wanneer er enige twijfel bestaat over de genderidentiteit vindt er sowieso geen verwijzing voor operatie plaats. Een geslachtsaanpassende operatie wordt vervolgens in circa 5-10% van de gevallen alsnog afgewezen. Hiervoor zijn meerdere redenen, bijvoorbeeld omdat men dit psychisch niet aan kan, of een kwetsbare lichamelijke gezondheid heeft. 1 op de 200, of minder, heeft spijt na een operatie omdat de genderdysforie niet meer of veel minder aan de orde is.

Tot slot

Het aantal verwijzingen naar de genderpoliklinieken in Nederland (en de rest van de wereld) neemt sinds enkele jaren zeer sterk toe. Op dit moment melden zich alleen al in Groningen zo’n 150 patiënten per jaar en hebben we capaciteit om ca. 80 patiënten per jaar behandelen. De medische behandeling is nog maar sinds de jaren 1970 mogelijk. We weten dat er vóór 1970 (en ook nu nog) heel veel leed en lijden was, wat maatschappelijk onzichtbaar bleef, en waarbij deze behandeling veel leed bleek te kunnen verlichten. De toename in het aantal behandelingen maakt het de laatste jaren wel mogelijk om betere wetenschappelijke gegevens te verkrijgen en onze adviezen nog beter te onderbouwen.​

Geef een reactie