Beschermingsbewind is geen terreur

Mensen onder beschermingsbewind lijken soms wel aan de heidenen overgeleverd te zijn. Bewindvoerder André Leijssen laat zien dat cliënten, in weerwil van wat wordt beweerd, zelf nog best veel te zeggen hebben over hun eigen geld. Een praktijkvoorbeeld.

(Tekst: Sociale vraagstukken)

In De Groene Amsterdammer van 2 mei 2018 wordt een beeld geschetst van het beschermingsbewind als zou het gaan om ‘schrikbewind’.  ‘242.000 Nederlanders … hebben geen enkele zeggenschap meer over hun geldzaken. Ze hebben de controle over hun financiën overgedragen… De bewindvoerder beheert hun bankrekeningen, betaalt facturen en keert – als je geluk hebt – wekelijks leefgeld uit.’

De praktijk bestaat uit beheerrekening, leefgeldrekening en budgetplan

Op verzoek kan de kantonrechter een beschermingsbewind instellen en een bewindvoerder benoemen. Het is zijn taak de onder bewind gestelde goederen te beheren. Dit betekent in de praktijk dat de bewindvoerder het beheer van iemands inkomen en vermogen op zich neemt, en dus ook het beheer over de bankrekeningen.

Bewindvoerders werken volgens een systeem van twee bankrekeningen: een bankrekening waarop alle inkomsten van rechthebbende worden bijgeschreven en waarvan alle betalingen worden gedaan – de beheerrekening. En een bankrekening waarop het leefgeld periodiek wordt bijgeschreven – de leefgeldrekening.

Lees verder op Sociale vraagstukken

Geef een reactie