Cliëntenparticipatie: geen corvee, maar krachtig leermiddel

Veel gemeentelijke managers en bestuurders ervaren overleg met hun cliënten- of participatieraad als een verstoring van de dagelijkse werkzaamheden. Vaak worden deze raden ook niet bij het beleid betrokken, en is het overleg een rituele dans die tot een minimum beperkt moet worden. Ten onrechte. De Cliëntenraad kan een fantastische schakel zijn tussen de leef- en de systeemwereld. Maar dat gaat niet vanzelf.

(Tekst: Sociale vraagstukken)

In 2016 schreven enkele Utrechtse onderzoekers een mooie analyse over het moeizaam functioneren van de cliëntenparticipatie in de zorg [1]. Zij stelden vast dat cliëntenraden vooral met het management van hun organisaties spreken over ‘major decision’ issues. Over de grote beleidsvragen waar de organisaties en hun cliënten mee geconfronteerd worden. Onderwerpen als de nieuwe locatie van de voorziening, het budget voor het komende jaar of het personeelsbeleid.

Ontevredenheid van de cliëntenraad

Voor de bespreking van deze onderwerpen zijn kennis en cognitieve vaardigheden vereist, waarover lang niet alle cliënten(vertegenwoordigers) beschikken. De overleggen over deze onderwerpen worden dan ook meer informatiebijeenkomsten. Tot ontevredenheid van de cliëntenraad, die vindt dat zij te weinig invloed heeft op het besluitvormingsproces. Vaak ook tot ontevredenheid van de managers en bestuurders vanwege het gebrek aan relevante inbreng.

Lees hier verder

Geef een reactie