Comadrinkende pubers tussen wal en schip

(Tekst: Binnenlands Bestuur)

Ik kan er zo blij van worden: hulpverleners die op de problemen afstappen, contact leggen met andere hulpverleners om nieuwe oplossingen te ontwikkelen. Twee jeugdartsen wilden met me praten. Ze wilden iets doen aan het toenemende aantal comadrinkende pubers. Ze vertelden dat ze contact hadden gelegd met enkele Amsterdamse ziekenhuizen.

Hun idee: Is er een alcoholintoxicatie geweest, moet dit worden doorverwezen naar de jeugdarts bij de GGD om een aantal dingen te bepalen:

  • Is het een eenmalige uitglijder? Voorlichting over overmatig gebruik alcohol ligt dan wel voor de hand, maar verder geen acties.
  • Is er meer aan de hand? Komt het vaker voor of is het een signaal voor problematiek die tot dan toe gemist is? Dan wordt er meer actie ondernomen.
  • Kunnen de opvoeders van het betreffende kind nog ondersteuning gebruiken? Dan wordt die gegeven door de jeugdartsen of jeugdverpleegkundigen. En mocht dat nodig zijn dan wordt er contact gelegd met maatschappelijk werkers of GZ-psycholoog.
Nazorg voor comadrinkende pubers

Tot zover ziet het er natuurlijk prachtig uit. De intentie is er. Samenwerking tussen jeugdgezondheidszorg en ziekenhuizen om iets aan alcoholintoxicatie te doen. Maar nu komen de onvermijdelijke problemen. De zeer bereidwillige medewerkers van het ziekenhuis lopen tegen de grenzen van het DBC-systeem aan. Een diagnose-behandelcombinatie (DBC) is de totale ziekenhuisbehandeling, vanaf de diagnose van de specialist tot en met eventuele ziekenhuisbehandeling en bijbehorende nacontrole(s). Maar nazorg leveren op deze schaal is niet opgenomen in die systematiek.

Lees hier verder

Geef een reactie