Gemiddeld tarief wijkverpleging werkt averechts

Staatssecretaris Martin van Rijn hecht grote waarde aan goede wijkverpleging als middel om de zelf- en samenredzaamheid van de Nederlanders te versterken. Zodat wij langer baas over ons leven kunnen blijven, langer zelfstandig kunnen blijven wonen en, ook belangrijk, minder snel een beroep hoeven doen op dure zorgvoorzieningen.

(Tekst: Zorgvisie)

Ook de wijkverpleegkundigen profiteren van de nieuwe visie. Zij hebben hun vak en verantwoordelijkheden terug en krijgen meer ruimte om samen met de klant te bepalen wat hij of zij nodig heeft en wat er wel en niet mogelijk is.

Minder regels

Nu alleen de financiering en administratie nog aan de nieuwe visie aanpassen. Ook daaraan wordt naarstig gewerkt. Vereenvoudiging is het devies, minder regels. Dat is gezien de vele belangen die gediend moeten worden en de talrijke partijen die bij de uitvoering betrokken zijn, geen sinecure. Sterker, sinds de opsplitsing van de AWBZ in de Wet langdurige zorg (Wlz), de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en de Zorgverzekeringswet (Zvw) zijn er ondanks alle goede bedoelingen meer regels bijgekomen dan geschrapt. Met alle bureaucratie en kosten van dien voor de partijen die de het nieuwe stelsel moeten uitvoeren. Geld en menskracht die beter aan de zorg kunnen worden besteed.

Nog geen nieuw bekostigingsmodel

Met de ‘betekenisvolle stap’ die staatssecretaris Van Rijn zegt te willen doen ten aanzien van de vereenvoudiging van de bekostiging van de wijkverpleging, dreigt de staatssecretaris het paard opnieuw achter de wagen te spannen. Wat is het geval? Aangezien er nog geen gedragen nieuw bekostigingsmodel voor de wijkverpleging ligt, stelt de staatssecretaris voor om op korte termijn een gemiddeld tarief te hanteren op basis van de ‘oude’ producten verzorging en verpleging. Dat lijkt op het eerste gezicht een verbetering. Bij nader inzien moeten er echter vraagtekens bij worden gezet. Zoals bij de verdeling van de ‘oude’ producten: 50-50, 60-40, 80-20 en  hoe de bestaande budgetten van zorgverzekeraars en zorgaanbieders hierin passen. Deze en andere vragen maken het voornemen van de staatssecretaris geen betekenisvolle stap vooruit, maar een ‘vermomde’ bezuiniging.

Lees hier verder

Geef een reactie