Goede ervaringsdeskundigen zijn lastig

Het aantal ervaringsdeskundigen in het sociaal domein neemt snel toe. Maar onderzoeker en voorvechter Wilma Boevink is kritisch. In het septembernummer van Zorg+Welzijn stelt ze: ‘We zijn nog ver verwijderd van een werkelijke verandering in het systeem.’

(Tekst: Zorg en welzijn)

Er zit iets dubbels in de snel groeiende waardering voor ervaringsdeskundigen in de wereld van zorg en welzijn. In het directe contact met degene die hulp nodig heeft, blijkt de ervaringsdeskundige vaak degene die werkelijk dichtbij kan komen. Die hoop kan geven. ‘Waar jij nu bent, was ik ook, het kan dus echt beter worden’. Maar juist dat laat volgens Boevink ook een gebrek zien.

De ervaringsdeskundige compenseert de professional die dat contact niet weet te maken. En om dat gebrek is het haar te doen. ‘Ervaringsdeskundigen zijn nog heel erg gericht op peer-to-peersupport, op hulpverlener zijn, op meedraaien in een team van professionals. Maar daarmee verander je niet de werkwijze van de sector waarin je meedraait.’

Doekje voor het bloeden

Eigenlijk ziet Boevink de ervaringsdeskundige nu als een prothese van een verkeerd systeem. ‘Daarin gaan meewerken, productie draaien, biedt uiteindelijk geen soelaas. Dan is het een doekje voor het bloeden. Ervaringsdeskundigen zijn namelijk ook deskundig in het systeem dat hen heeft proberen te helpen. Zij kunnen uitleggen of de hulp die ze gekregen hebben aansluit, helpt of juist hindert, schadelijk is.’

Lees hier verder

Geef een reactie