Grote verwarring over sociale wijkteams Amaryllis

Maandagavond (5 september 2016) bezocht ik de raadsvergadering voor het punt evaluatie rechtsvorm Amaryllis. Wethouder Ekhart perkte de discussie bij voorbaat goed in door te stellen dat er dus alleen over de rechtsvorm mocht worden gepraat, daarin bijgestaan door voorzitter Rosier.

(Tekst: SBO)

Raadslid Bok probeerde, terecht, de inhoudelijke consequenties aan de orde te stellen. Het is ook nogal wat, de sociale wijkteams moeten (nee, we moeten zeggen: “mogen”) nu in elke wijk een vereniging worden. De maatschappelijk werkers die er in zitten “mogen” lid worden, evenals, let op, wijkbewoners.

Raadslid Stoker vroeg nog of deze leden dan de directie benoemen (als je bij een vereniging gaat wil je invloed van onderop, dat is de gedachte van een vereniging, reden voor SBO om dat bij de buurthuizen steeds te bepleiten) waarop directeur Henri de Boer vagelijk aangaf dat “de wijkteams hier wel in betrokken worden”, maar tussen leden en directie “staat wel de Raad van Toezicht”.

Raadslid Tjeerdema vroeg of, als de sociale wijkteams als zelfstandige staatjes gaan opereren, de gemeente ze ook apart kan gaan subsidiëren (ja, als het dan toch een janboel wordt, waarom dan ook niet financieel zou je denken). Wethouder Ekhart: nee, dat doen we niet, maar ze mogen wel onderling geld uitwisselen. Wie dat dan allemaal bepaalt hebben we niet kunnen horen, de Amaryllisdirecteur besuste dat het allemaal nog een zoektocht was, en hij ging nu bij alle wijkteams langs om erover te praten…

Belang SBO

Mij werd na afloop gevraagd wat het belang van SBO is om zich hier in te verdiepen. Wel, bij gelegenheid geven we steeds aan dat de rol van de sociale wijkteams t.o.v.  onze vrijwilligersorganisaties, de buurtverenigingen, onduidelijk is. In sommige wijken bemoeit het sociaal wijkteam zich, naar tevredenheid, niet met activiteiten buurtvereniging, in andere organiseert ze zelf buurtactiviteiten. Op ander vlak: in Heechterp, met veel bestuurlijke problemen op wijkniveau (niet in de laatste plaats door de huidige gemeentelijk opgelegde structuur, analyse SBO), lazen we in een ambtelijk rapport hierover een oordeel van het sociaal wijkteam over de buurthuisorganisatie. Dat mag, maar dan moet dat ook wederzijds kunnen, nu is het een ongelijkwaardige behandeling.

In het algemeen is dat ons bezwaar, dat er nu beroeps- en vrijwilligersorganisaties door elkaar gaan lopen, met ongelijke posities zowel financieel als in zeggenschap terwijl daar een mist van “vooral inbreng van onderop” overheen ligt.

Vragen

De vragen van de raadsleden wijzen ook op verwarring over de status van de sociale wijkteams. Raadslid Stoker vroeg bijvoorbeeld eerder of de aanstelling van vrijwilligers in de sociale wijkteams geen werkverdringing is. Nee, antwoordde wethouder Ekhart, we denken er goed om dat een verdwijnende beroepskracht niet opgevolgd wordt door een vrijwilliger. Mooi gevonden! De vrijwilliger zit er nu namelijk al vóórdat de beroepskracht benoemd wordt. We kennen een sociaal wijkteam waar een vrijwilliger als receptionist werkt. Je komt dus met je hulpvraag over je verslaafde kind bij een medebuurtbewoner binnen. Wethouder Koster bleek hier qua privacy een antwoord op te hebben: je mag overal met je hulpvraag binnenkomen, ook via de huisarts en het gebiedsteam. (Gebiedsteams, bestaan die nog?).

Rijst toch zo langzamerhand de vraag waar al die miljoenen voor Amaryllis dan voor bedoeld zijn. Raadslid Bok heeft groot gelijk dat ze dit goed op de agenda van de raad wil hebben (voorzitter Rosier, fijntjes: daar zit u zelf bij), en dat ze daarbij zwaait met de eerder aangenomen motie over een bedrijfscoöperatie.

Maar als het net zo gaat als met de motie waar SBO z’n hoop op gevestigd had dan vrees ik het ergste. In de praktijk geven de ambtenaren er geen uitvoering aan.

Sietske Inberg,
Voorzitter SBO

Geef een reactie