Hoe meer huiselijk geweld, hoe groter de loyaliteit

Eén op de drie jongeren die opgroeit met huiselijk geweld, gebruikt later zelf geweld tegen zijn of haar kinderen. De geweldspiraal gaat van generatie op generatie over.

(Tekst: FIER!)

‘We kunnen die spiraal alleen doorbreken als we de jongere als onderdeel van zijn omgeving zien’, vertelt Jaco de Rapper in het vakblad Zorg en Welzijn. Hij is gedragswetenschapper, systeemtherapeut en manager bij Fier. ‘Je moet ouders en soms zelfs grootouders bij de behandeling betrekken.’

De cijfers liegen er niet om. Een derde van de jongeren die huiselijk geweld meemaakt, zet deze traditie voort, een op de zes pleegt ook geweld buiten het gezin en een op de acht jongens vertoont seksueel grensoverschrijdend gedrag. ‘We noemen dat laatste zo omdat deze cliënten vaak zelf niet weten dat zij zich schuldig maken aan misbruik. Dat is een volwassen term. Ze hebben van huis uit die norm niet meegekregen, kennen de grenzen niet’, aldus De Rapper. Hij is gedragswetenschapper, systeemtherapeut en manager bij Fier, landelijk expertise- en behandelcentrum bij geweld in afhankelijkheidsrelaties. ‘Deze ernstige cijfers komen uit diverse onderzoeken naar voren. Er wordt verdiepend onderzoek gedaan naar hoe en waarom dit gebeurt. Waarom komt de een wel los van die geweldspiraal en de ander niet? Wat zijn de beschermende en beschadigende factoren?’

Contextueel

De Rapper volgt bij zijn werk de contextuele benadering, het gedachtegoed van wijlen prof. Ivan Boszormenyi-Nagy. ‘Als een jongere bij Fier binnenkomt, beginnen we met normaliseren en stabiliseren. We kijken niet alleen wat het probleem is, naar de ernst van het trauma, de duur, de lengte en de ernst ervan, maar we kijken ook wie die jongere is. Welke ideeën, wensen, dromen, interesses heeft hij of zij? We realiseren een veilige setting, geven structuur en bieden therapie. We willen dat de jongere vertrouwen krijgt in zichzelf en in ons.’

Familie betrekken

De Rapper vervolgt: ‘Bij gesprekken betrekken we ook de familie. Voor ons is de cliënt belangrijk, maar ook iedereen die met hem of haar verbonden is. Wat er ook is gebeurd, het ontwricht het hele systeem. Daarom zie ik het liefst bij de intake meteen de ouders en soms later ook de grootouders. We geven hen het gevoel dat zij belangrijk zijn en erkennen dat zij de meeste deskundigheid van het kind hebben. Ik wil weten waar het kind vandaan komt. Vaak zijn ouders blind voor het onrecht dat zij hun kind aandoen. Het gebeurt soms uit onmacht omdat het niet lukt om goed voor het kind te zorgen. Daarom is het belangrijk om ook te weten wat er is gebeurd in hun leven.’

Lees verder op FIER.

Geef een reactie