Indicatiestellers sturen ouders van kastje naar muur

Ouders van kinderen die intensieve zorg nodig hebben worden door indicatiestellers nog steeds van het kastje naar de muur gestuurd. Staatssecretaris Martin van Rijn van VWS gaat de regelgeving verduidelijken en komt in september met een rapportage.

(Tekst: Zorgvisie)

De zorg voor kinderen met een intensieve kindzorg is in 2015 ingrijpend veranderd. Sindsdien valt deze zorg niet meer onder de AWBZ, die opgeheven is, maar onder de Zorgverzekeringswet (ZVW). Maar ook gemeenten hebben een rol en in sommige gevallen valt de zorg onder de Wet langdurige zorg (Wlz). In de praktijk hebben de ouders dus met drie verschillende wettelijke regimes te maken: ZVW, Jeudgwet en Wlz. De wet- en regelgeving is dusdanig ingewikkeld dat de indicatiestellers de wetten op verschillende manieren interpreteren. Ze verwijzen de ouders soms ten onrechte naar elkaar door. Belangenorganisaties Ieder(in) en de Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland (VGN) hebben er al eerder aandacht voor gevraagd. ‘Indicatiestellers ping-pongen met jonge kinderen’, verklaarde een woordvoerder van Ieder(in) in maart tegenover Zorgvisie. Naast de onduidelijke regelgeving vormt het gebrek aan kennis bij gemeenten volgens Ieder(in) een groot probleem. Gemeenten hebben de doelgroep niet goed op het netvlies en hebben geen intensieve kindzorg ingekocht.

Intensieve kindzorg valt onder ZVW, Jeudgwet en Wlz

De situatie is sinds maart niet verbeterd, blijkt tijdens het Algemeen Overleg van de Tweede Kamer hierover op 9 juni. Staatssecretaris Martin van Rijn van VWS heeft eerder in brief aan de Kamer uitgelegd hoe de wet- en regelgeving in elkaar steekt. Als een kind persoonlijke verzorging nodig heeft, dan valt die in principe onder de Jeugdwet. Maar daarop is een uitzondering: als die persoonlijke verzorging onderdeel is van de zorg voor kinderen met een complexe somatische of verstandelijke handicap, want dan geldt de ZVW. Daar is sprake van ‘als er behoefte is aan permanent toezicht of als er 24 uur per dag zorg in de nabijheid moet zijn die gepaard gaat met een of meer specifieke verpleegkundige behandelingen’, schrijft Van Rijn.

Lees hier verder

Geef een reactie