Kees van Anken – Coëxistentie

In mijn voortuin staat een vogelhuisje. Dat huisje is bedoeld voor vogeltjes die het wat moeilijk hebben in de winter. Maar de natuur heeft haar eigen wetten en wat ik bedenk is niet altijd hoe het gaat. Regelmatig komen grote kraaien het kleinere grut verjagen en zo nu en dan persen zich twee houtduiven in de veel te kleine ruimte. Ze schijten de boel een beetje onder, vertrappen de zaak en bederven het door mij opgezette feestje. Wat zich voor mijn keukenraam afspeelt is net het leven zelf.

Het goede nieuws is dat de groenlingen, roodborstjes, puttertjes, vinkjes en koolmeesjes een eigen strategie hebben ontwikkeld. Door de drukte van hun grotere soortgenoten verspreidt het vogelzaad zich rond de voet van het vogelhuisje en daar scharrelen  de minderbedeelden zeer tevreden rond.

Er schuilt wel enig moraal in het verhaal: Je kunt het nog zo mooi bedenken, in de praktijk loopt het vaak anders.

In mijn professionele leven heb ik vaak te maken met alle mogelijke vormen van samenwerking. Dat levert een schat aan ervaringen op. Meestal positieve, soms frustrerende maar altijd leerzame. Tussen organisaties, collectieven en bedrijven wordt heel wat afgetobd op weg naar betere manieren van samenwerken en samenleven. Soms verloopt het dermate moeizaam dat de rechter er aan te pas moet komen om partijen te verenigen of fatsoenlijk te scheiden.

Het gaat altijd goed als betrokkenen elkaar mogen, er sprake is van vertrouwen én er een gemeenschappelijk belang is. Als het alléén maar om belangen gaat is het nog maar de vraag hoe het afloopt. In elk proces om tot betere samenwerking te komen zitten momenten waarop het vertrouwen onder druk komt te staan. Ieder schiet dan weer  in z’n eigen waan en werkelijkheid. Het compromis biedt in dit soort situaties uitkomst. In het compromis erken je de ander. Helaas staat het compromis in een kwaad daglicht. Het compromis is weinig principieel en riekt naar achterkamertjes en dat is verdacht. De huidige tendens is juist dat ieder zich in het eigen gelijk verschanst. Dat leidt tot onverzoenlijkheid en polarisatie.

Recent was ik zelf betrokken bij het afbreken van een fusieproces. Ik zat bij de ‘brekende partij’ en dan geldt de uitspraak ‘wie breekt, betaalt’. Vlak voor het huwelijk tegen je verloofde zeggen dat je het niet ziet zitten levert meestal geen vriendschap voor het leven op. Toch is het verstandig voor je definitief een verbintenis aangaat nog even na te gaan of het ook werkelijk oplevert wat je beoogt. Er zijn ook andere manieren om je doel te bereiken. Bij een fusie versmelten twee identiteiten tot één waardoor er van het oorspronkelijke nog maar weinig overblijft. Daarom valt er wat voor te zeggen juist niet te streven naar éénwording, maar vooral het verschil te erkennen als belangrijk principe. Dat kan een prima basis voor coëxistentie opleveren in plaats van al dat moeizame gedoe om in elkaar op te gaan.

De vogeltjes in mijn tuin weten dat al veel langer. De drukte van de één levert een prima bestaansmogelijkheid voor de ander op.

Kees van Anken

Geef een reactie