Column Kees van Anken – Fatsoen

De afgelopen maand was ik er even tussenuit. Het land van de Rijzende Zon, al was het ook daar guur en koud. Verbazing, verwondering, bewondering en respect voor Japan en de Japanners. Openbaar vervoer om door een ringetje te halen, stil, altijd op tijd en razendsnel. Nergens zwerfvuil of rotzooi en omgangsvormen van voor de jaren zestig. In het openbaar telefoneert bijna niemand.

Je kijkt na zo’n ervaring weer even heel anders naar ons gezellig ongeregeld en toch ook behoorlijk grof en onfatsoenlijk landje.

Als we weer terug op Schiphol zijn, nemen we het openbaar vervoer naar Leeuwarden. De trein is smerig, lawaaiig en sloom. De prullenbakken puilen uit en naast me bespreekt een mevrouw hartstochtelijk haar familieleed via de telefoon – ik wil het niet weten. In de publieke ruimte vind ik ingetogenheid en beleefdheid het mooiste dat er is.

Ik sla de krant open en lees een verhaal over grove intimidatie via GeenStijl. Hoe reaguurders in Nederland kennelijk de vrije hand hebben om op de grofst mogelijke manieren tegen vrouwen te keer te gaan. Het gaat zelfs zover dat ze hun verkrachtings-fantasieën via internet op hen botvieren.

Volgens mij is er geen land ter wereld waar zo goor en onbekommerd mensen hun vuiligheid spuien. Vrije meningsuiting? Het vrije woord of persvrijheid? Daar heeft het niets mee te maken, het is zelfs het misbruiken van dat recht. In veel landen is het met de vrijheid van meningsuiting slecht gesteld. Daar wordt je om je politieke mening vervolgd, opgesloten en gemarteld. Vrije meningsuiting is een belangrijk grondrecht waar je respectvol en zorgvuldig mee om hoort te gaan. Het respect voor de ander als hoogste goed. Het is al haast een platitude, maar jouw vrijheid eindigt waar je de vrijheid van anderen aantast.

Iedere keer als ik terugkom na een verblijf in het buitenland wens ik nergens anders geboren te zijn, wens ik nergens anders te leven en te wonen. Ik acht me bevoorrecht. Voor sommige landgenoten geldt echter dat ze er zich kennelijk niet van bewust zijn in wat voor bevoorrechte positie ze verkeren en dat hun uitingen niks meer en minder zijn dan het schofferen van artikel 1 van onze grondwet. Reaguurders richten zich meestal tegen mensen die de moed hebben uit te komen voor hun opvattingen. Vaak zijn dat schrijvers, journalisten en columnisten. Als die dan ook nog eens vrouw zijn, betekent het dat de reaguurders helemaal los gaan. Inmiddels durven mensen soms niet meer voor hun mening uit te komen en beginnen zelfcensuur toe te passen, uit angst voor de gewelddadige reacties. ‘Ik weet waar je woont je kinderen naar school gaan…’

Nog steeds wil ik nergens anders wonen, maar ik zou graag in gesprek komen met de mensen die zo tekeergaan tegen anderen. Ik zou hen vragen wat hen bezielt en hen vragen wat ze ervan zouden vinden als hén alle rechten zouden worden ontnomen, als ze zélf zo gewelddadig zouden worden behandeld. Ik zou willen weten waar hun onverdraagzaamheid vandaan komt, of ze werkelijk menen wat ze schrijven en roepen.

Zo somberde ik nog even door. De wildernis van de Oostvaarderplassen ontging me, de overstap in Zwolle miste ik bijna. Maar de bus in Leeuwarden is dan ineens toch weer een verademing: hier wordt de buschauffeur nog begroet en bedankt. Er is hoop.

Kees van Anken

Geef een reactie