Leerschool

M’n kleindochter gaat naar groep acht. Nog één stap verwijderd van haar volgende ambitie: ze wil naar een ‘leerschool’. In haar beleving brengt dat een mens verder. Ik raakte door haar stelligheid op dit punt wel even in verwarring. Bedoelde ze aan te geven dat je in het onderwijs de keus hebt tussen leren en niet-leren, tussen wel of niet een goede maatschappelijke positie te krijgen?

Onderwijs is bedoeld voor iedereen en wat mij betreft zijn alle vormen van onderwijs op alle niveaus goed. We hebben in de toekomst nog steeds de vraag naar zowel ambachtslieden als wetenschappers. Er liggen enorme uitdagingen voor de komende jaren op het gebied van duurzaamheid, leefbaarheid, migratie en economie. Genoeg zaken waar je samen de schouders onder kunt zetten. Maar er lijkt naast alle andere een nieuwe tweedeling ophanden: tussen (cognitief) getalenteerden en minder getalenteerden. Ook in het basisonderwijs begint dit tot uitdrukking te komen. Ieder wil het beste voor z’n eigen kind en probeert, als er de middelen voor zijn, het maximale eruit te halen. Kinderen met betere cognitieve vaardigheden heetten al snel hoogbegaafd. Een gewone school is dan niet meer goed genoeg. Afgelopen week speelde de discussie in de media of er in het basisonderwijs niveau-klassen moeten komen of niet. Aanleiding was een advies van het Centraal Planbureau. Kinderen zouden beter af zijn in een klas met kinderen van hetzelfde niveau.

Het riep bij mij het schrikbeeld op van een ander soort ‘klassenindeling’. Een onderscheid zoals bij ‘witte scholen’ en ‘zwarte scholen’. De segregatie die je in veel steden ziet doorgetrokken naar de school. Dit staat haaks op de noodzaak tot het versterken van maatschappelijke verbondenheid en solidariteit. Als ieder zich in zijn eigen wereld opsluit neemt de ontmoeting door alle lagen van de bevolking heen af. Er is een mooi woord voor bedacht: skyboxification, ofwel: de gewone man staat in de regen en de beter gesitueerden zitten hoog en droog in de skybox.

Sinds jaar en dag ben ik betrokken bij allerlei vormen van onderwijs. Eén van die instituten, een VMBO school, had als motto ‘eruit halen wat er inzit’. Een mooie, krachtige uitspraak die tot uitdrukking brengt dat je ieders talent naar boven haalt en tot ontwikkeling brengt. Dat principe  geldt wat mij betreft voor iedereen, ongeacht aanleg of afkomst. Door de huidige ontwikkelingen lijken dergelijke beginselen op de tocht te staan. De invoering van het leenstelsel past in het rijtje. Een deel van de jongeren durft de gok niet te wagen en is bang straks met een studieschuld te zitten die hen als een molensteen om de nek hangt.

Toch is vervolgonderwijs onmisbaar voor een verdere maatschappelijke carrière. Geen diploma’s – geen baan zo simpel ligt het. Nog even en de oude zegswijze dat wie voor een dubbeltje geboren wordt toch nooit een kwartje wordt is weer geldig. Het wordt tijd voor een tegenbeweging.

Tussen VWO en VMBO zit nu nog een wereld van verschil. Zou het helpen als we ze in één gebouw onderbrengen? Is het een oplossing als de lijn van het klassieke basisonderwijs waar iedereen ongeacht zijn of haar talent (nu nog) lekker door elkaar zit wordt doorgetrokken? Uiteindelijk heeft iedereen elkaar aan het eind van zijn of haar schoolcarrière toch weer nodig.

Kees van Anken

Geef een reactie