Nieuwe risico’s van koolmonoxide in woningen

Ieder jaar overlijden in Nederland naar schatting tien tot vijftien mensen door koolmonoxidevergiftiging. Naast bekende bronnen van koolmonoxide, zoals geisers en cv-ketels, brengen ook nieuwe bronnen risico’s met zich mee. Bijvoorbeeld de opslag van houtpellets in woningen.

(Tekst: RIVM)

De herziene GGD Gemeentelijke Gezondheidsdienst -richtlijn over koolmonoxide in woningen zet de beschikbare informatie op een rij. De richtlijn helpt GGD-medewerkers bij het geven van adviezen aan gemeenten en het beantwoorden van vragen van mensen in hun regio over koolmonoxide en gezondheid.

Koolmonoxide (CO) is een gevaarlijk gas. Het gevaarlijke aan koolmonoxide is dat je het niet ruikt of proeft. Je kunt het dus niet herkennen. Maar het kan zich in elk huis verspreiden. En als je het inademt, kun je bewusteloos raken en overlijden.

Ook risico’s bij nieuwe ketels

De belangrijkste bronnen van koolmonoxide zijn nog steeds verbrandingstoestellen in huis, zoals geisers of cv-ketels.  Niet alleen in woningen met open, afvoerloze verbrandingstoestellen, of bij toestellen die niet voldoende zijn onderhouden is er een gevaar op koolmonoxidevergiftiging. Inmiddels weten we dat er ook risico’s zijn in woningen met nieuwe, goed onderhouden, gesloten toestellen. Voor de voorlichting over de risico’s van koolmonoxide sluiten GGD’en aan bij de campagne van Brandweer Nederland. De boodschap is: ventileer, controleer en alarmeer.

Houtpelletopslag

Een van de ontwikkelingen is dat steeds meer mensen in hun woning voor een houtpelletkachel als verwarming kiezen. Houtpellets zijn brokjes van geperst hout. Ze worden gebruikt als brandstof. Als mensen de pellets los opslaan in een afgesloten ruimte, dan kan in die ruimte koolmonoxide ontstaan. Dat komt door een chemische reactie van het hout met zuurstof in de lucht. Hierdoor kunnen gevaarlijke concentraties koolmonoxide ontstaan.

Duidelijke adviezen

De GGD Gemeentelijke Gezondheidsdienst -richtlijnen medische milieukunde (MMK) zijn gemaakt zodat GGD’en op dezelfde manier en zo goed mogelijk te werk gaan. De richtlijnen worden gemaakt door professionals van de GGD’en. De coördinatie ervan ligt bij het RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu .

Geef een reactie