Onderzoek naar LHBTI-jongeren zonder thuis

Dit weekend vond de jaarlijkse Canal Parade in Amsterdam plaats. In Nederland worden nog steeds LHBTI-jongeren (lesbische, homo, biseksuele, transgender of intersekse) door hun familie afgewezen. Zij lopen weg of worden uit huis gezet. In opdracht van de gemeente Amsterdam en het Bestuurlijk Overleg Zwerfjongeren onderzoekt Movisie de problematiek van deze jongeren. Vijf vragen aan Michelle Emmen, projectleider vanuit Movisie.

(Tekst: Movisie)

Wat onderzoeken jullie precies?

Uit onderzoek in Frankrijk, Engeland en Canada weten we dat LHBTI-jongeren oververtegenwoordigd zijn onder de jongeren die dak- en thuisloos zijn; maar liefst 25 tot 40% is lesbisch, homo, bi of transgender. We weten uit Nederlands onderzoek dat jongeren die dak- en thuisloos zijn én jongeren die LHBTI-zijn tegen een hoop problemen aan lopen die op elkaar lijken. Wat we nog niet weten, is wat precies de ervaringen, problemen en behoeften zijn van deze groep, dus jongeren die én dak- en thuisloos én LHBTI zijn. En daarom doen we dit onderzoek. We gaan na of deze jongeren specifieke behoeften hebben die gerelateerd zijn aan hun LHBTI-zijn en zoeken uit of specifieke ondersteuning voor de groep wenselijk is en zo ja, hoe die er uit moet zien. Doel van het project is na te gaan wat er nodig is om LHBTI-jongeren goed te ondersteunen en te voorkomen dat zij dak- en thuisloos worden.

Om wat voor jongeren gaat het en hoe groot is de groep ongeveer?

Het gaat om jongeren die geen eigen woonruimte hebben; deze jongeren overnachten ofwel in de buitenlucht, in de noodopvang of tijdelijk bij vrienden of familie. Ook jongeren die residentieel dakloos zijn – die ingeschreven staan voor maatschappelijke opvang zoals nachtopvang – vallen onder de noemer dak- en thuisloze jongeren omdat opvang geen stabiele leefomgeving voor hen biedt. In 2011 waren zo’n 7.890 dak- en thuisloze jongeren tot 23 jaar geregistreerd. Het werkelijke aantal dak- of thuisloze jongeren ligt hoger. In dit onderzoek focussen we op jongeren die dak- of thuisloos én LHBTI-zijn; zij zijn homo, lesbisch, bi, transgender of hebben een intersekse conditie. Dat impliceert dat ze ‘anders’ zijn, vragen hebben over hun identiteit en te maken hebben met afwijzing door hun omgeving op hun identiteit en op hun (gender non-conform) gedrag. Als er net zoveel LHBTI’s zijn onder jongeren die dak- en thuisloos zijn als onder andere jongeren, dan gaat het om meer dan 1100 LHBTI-jongeren die dak- en thuisloos zijn. We verwachten bovendien dat ook in Nederland LHBTI-jongeren oververtegenwoordigd zijn binnen de groep jongeren die dak- en thuisloos zijn.

Lees hier verder

Geef een reactie