Opvoeden is geen timmermanswerk

(Tekst: Sociale vraagstukken)

Het advies van een filosoof helpt ouders niet rechtstreeks om beter op te voeden, maar wel om beter na te denken over goed opvoeden. Jan Bransen legt uit hoe dat in zijn werk gaat en geeft een tip: vergelijk opvoeden met samen wandelen.

Wat zouden ouders bij het opvoeden kunnen hebben aan het advies van een filosoof? Als filosoof denk ik na en probeer ik mijn gedachten te ordenen, bijvoorbeeld door het gebruik van een analogie. Als je die gebruikt om over een bepaalde zaak na te denken, dan probeer je helderheid te krijgen over een problematische zaak aan de hand van systematische overeenkomsten en verschillen die je kunt ontdekken door die problematische zaak te vergelijken met een jou wel bekende zaak. Dat kan ook bij het denken over hoe ouders zouden kunnen doen wat zij als ouders behoren te doen: goed opvoeden.

‘Goed opvoeden’ is blijkbaar een problematische zaak, een zaak waar ouders mee worstelen. Als filosoof denk ik daarover na met behulp van drie analogieën. Twee daarvan zijn welbekend: opvoeden lijkt op tuinieren en opvoeding lijkt op timmermanswerk. Deze analogieën bevallen mij niet, omdat ze te veel gewicht toekennen aan aspecten van het opvoedingsproces die zoveel gewicht helemaal niet waard zijn. Dat kan ik duidelijk maken aan de hand van een derde analogie: opvoeden lijkt op samen wandelen.

Het kind als lijdend voorwerp

De analogieën van het tuinieren en het timmermanswerk worden in onze cultuur geregeld gebruikt om ons denken over opvoeden te structureren. Deze analogieën wijzen een helder lijdend voorwerp aan: het kind waarmee iets gebeuren moet. De timmerman –  dat wil zeggen, de ouder, en eventueel ook de leerkracht en andere betrokken volwassenen – moet iets van dat kind maken. Dat kind ligt er als een stapel materiaal passief bij. Voor de tuinman is dat kind niet zo passief, maar is het wel een lijdend voorwerp: het moet opgevoed worden. Als je het kind aan zijn lot overlaat dan zal het onkruid welig kunnen tieren. Opvoeden is voor de tuinman een kwestie van begeleiden, van laten groeien, maar wel aandachtig en met een plan voor ogen. Laat er uit komen wat er in zit, maar leidt die groei wel in goede banen. Voor de tuinman en de timmerman is het verhaal over de verantwoordelijkheid helder. Die ligt bij hen. Bovendien is er een heldere visie op het moment waarop het proces voltooid is: als het meubelstuk in elkaar gezet is en de tuin zijn opbrengst heeft voortgebracht.

Lees hier verder

Jan Bransen is hoogleraar Filosofie van de gedragswetenschappen aan de Radboud Universiteit. In zijn boek ‘Word zelf filosoof’ (2010) gaat hij gedetailleerd in op het samen wandelen.

Geef een reactie