Orgaandonatie na euthanasie waardevolle procedure

Orgaandonatie na euthanasie is een zeer waardevolle procedure voor mensen die na hun overlijden iets willen betekenen voor één of meerdere patiënten die op de wachtlijst staan voor een gezond orgaan. Dat concludeert promovendus, jurist en anesthesioloog (i.o.) Jan Bollen van het Maastricht UMC+.

(Tekst: MUMC)

Hij promoveert op vrijdag 1 november op zijn onderzoek naar de medische, juridische en ethische overwegingen voor deze procedure.

Tussen 2002 (het jaar dat euthanasie wettelijk mogelijk werd) en 2018 ondergingen 81.418 patiënten in Nederland en België euthanasie. In Nederland koos de eerste patiënt er in 2012 voor om zijn organen ter beschikking te stellen na euthanasie. Vanwege eventuele ethische en juridische obstakels werd in de jaren daarna terughoudendheid in acht genomen. Daarom stelden het Maastricht UMC+ en het Erasmus MC in 2015 een gezamenlijke handreiking op voor de procedure. Twee jaar later werd een landelijke richtlijn aangeboden aan de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Inmiddels hebben bijna zestig mensen gekozen voor orgaandonatie na euthanasie.

Eigen beslissing

Vanuit medisch perspectief bezien komt ongeveer 10 procent van patiënten die kiezen voor euthanasie ook in aanmerking voor orgaandonatie. Met name bij neurodegeneratieve aandoeningen als de ziekte van Huntington, ALS en multipele sclerose, bestaat de mogelijkheid tot orgaandonatie. Patiënten die lijden aan kanker kunnen vanwege de aard van de ziekte niet doneren. “Indien de patiënt uiteindelijk definitief kiest voor euthanasie en ook aan alle eisen daarvoor voldoet en de procedure hiervoor volledig is afgerond , is het te allen tijde aan de patiënt zelf om orgaandonatie ter sprake te brengen”, zegt Bollen. “De behandelend arts zal de vraag nooit op tafel leggen. Het moet een zelfstandige wens zijn en die mag in principe niet door anderen worden beïnvloed.”

Zorgvuldige gecombineerde procedure

Als het moment van euthanasie is gekomen (nadat alles uitvoerig is voorgesproken met de patiënt en nauwkeurig is beoordeeld door betrokken professionals) komt een zorgvuldig proces op gang. De patiënt dient hiervoor in het ziekenhuis te worden opgenomen, waar over het algemeen zijn eigen huisarts de euthanasie uitvoert. Na het intreden van de dood (volledige stilstand van de bloedcirculatie) wordt vijf minuten gewacht (wettelijke richtlijn) voordat de patiënt naar de operatiekamer gaat voor het uitnemen van de organen. Deze tijd dient kort te zijn, omdat de organen na het stoppen van de bloedcirculatie worden beschadigd door zuurstoftekort. In zijn onderzoek vergeleek Bollen onder meer de kwaliteit van niertransplantaties na euthanasie (73 nieren) met reguliere donatieprocedures (ruim 2.400): “Over het algemeen functioneren de organen beter na een euthanasie-procedure dan na vergelijkbare donaties na circulatoir overlijden. Het risico op vertraagd functioneren is bijvoorbeeld zo’n 3,5 keer kleiner.”

Meerwaarde

Ondanks eventuele morele bezwaren wordt donatie na euthanasie zowel door de patiënt zelf als door zijn of haar naasten als waardevol ervaren. “Ze hebben het gevoel dat ze ook na hun overlijden nog iets voor de medemens kunnen betekenen”, zegt Bollen. “Niet alleen de patiënt, maar ook naasten en medewerkers die zijn betrokken bij de procedure worden daar goed bij begeleid.” In totaal staan in Nederland ongeveer 1.200 mensen op de wachtlijst voor een orgaantransplantatie. Bollen: “We hopen natuurlijk dat met de invoering van de donorwet meer mensen hun keuze gaan vastleggen. Met ons onderzoek willen we echter ook mensen die voor de moeilijke keuze staan voor wel of geen euthanasie ook een handreiking en mogelijkheid bieden voor orgaandonatie.”

Geef een reactie