Organisatie regionale samenwerking cruciaal voor aanpak problemen

“Zorgverzekeraars, zorgkantoren en gemeenten zouden zichzelf en elkaar beter kunnen helpen als ze zich in een regio beter organiseren.” Dat is een van de adviezen die minister Hugo de Jonge gaf tijdens de jaarlijkse relatiebijeenkomst van Zorgverzekeraars Nederland op 26 september in Den Haag.

(Tekst: ZN)

De minister vindt dit nodig om de zorg op de juiste te plek te realiseren, waarvoor zorgverzekeraars een belangrijke rol spelen.

De Jonge deed zijn uitspraak in reactie op de stellingen die bestuurders van ZN aan hem voorlegden. CZ-voorzitter Wim van der Meeren was duidelijk over de stelling die hij presenteerde: centrale regie is onwenselijk om invulling te geven aan ‘zorg op de juiste plek’. “Nederland is een klein land, maar de verschillen binnen ons land zijn enorm groot. Overal gebeurt alles net weer een beetje anders. Ik vind dat we moeten bouwen op de kennis die we hebben en steeds weer een stapje verder moeten gaan. We moeten samenwerken met lokale gemeenten en zorgaanbieders. Daar past geen centrale regie bij”, vindt Van der Meeren. Minister De Jonge beaamt dat wetten zelden een oplossing zijn voor de werkelijke problemen van mensen. “Mij zul je dus niet horen pleiten voor een grote stelselwijziging.” Daarentegen gelooft hij wel in een betere organisatie van de betrokken partijen in de regio.

Arbeidsmarkt

De problemen op de arbeidsmarkt in de zorg kunnen nooit met uitsluitend arbeidsmarktbeleid worden opgelost, was de tweede stelling. Georgette Fijneman, divisievoorzitter van Zilveren Kruis, ziet juist een kans in dit probleem: “Het helpt ons om sneller na te denken over zaken die we moeten oplossen en regelen als gevolg van de afspraken in de hoofdlijnenakkoorden.” Zij doelt daarbij onder meer op het realiseren van zorg op de juiste plek. “Een hele grote transitie die kansen biedt als het gaat om betaalbaarheid, kwaliteit en goede dingen doen voor de patiënten.” De minister benadert de stelling anders. Hij vindt ook dat we alles op alles moeten zetten om het probleem op te lossen, maar benadrukt andere aandachtspunten.  “Per jaar vertrekken 80.000 mensen die in de zorg werken. Die mensen kun je voor een deel behouden door een iets betere werkgever te zijn.” Ook in minder papierwerk ziet hij een deel van de oplossing. Ook de mensen die een kleiner deeltijdcontract hebben dan ze zouden willen wat meer laten werken, kan soelaas bieden. “Als we ongewilde deeltijdwerkers een uur meer zouden laten werken, dan los je macro zo’n 15.000 tot 20.000 fte’s op.”

Schottenproblematiek ouderenzorg

Over de laatste stelling gaf Ton van Houten, voorzitter van Zorg en Zekerheid, zijn mening. Om de ‘oma’s en opa’s’ van de toekomst optimale zorg te kunnen bieden, dient de schottenproblematiek in de ouderenzorg te worden opgelost. “Er gebeurt al veel en langzamerhand lossen we schottenproblemen op, maar mensen ervaren nog vaak dat ze van de gemeente naar het zorgkantoor naar de zorgverzekeraar worden verwezen. De taak van deze partijen is om te denken vanuit van verbinding. Vanuit het perspectief van de klant. Sinds 2016 zijn er al heel veel initiatieven bijgekomen vanuit gemeenten, zorgkantoren en zorgverzekeraars. Je moeten schottenproblemen oplossen door het gewoon te doen met elkaar en elkaar aan te spreken.”

De Jonge ziet ook een deel van de oplossing in de samenwerking binnen regionale platformen, die de betrokken partijen moeten inrichten.  “De ervaring van mensen die werken in de zorg en van mensen die zorg nodig hebben, is dat er sprake is van een schottenprobleem. Het is de vraag of de wetgever in staat is om het schottenprobleem te omzeilen of dat het meer de taak is van gemeenten en zorgverzekeraars om te zorgen dat mensen er zo min mogelijk last van hebben. Wetten geven geen zorg, mensen doen dat.”

De middag werd afgesloten door de voorzitter van Zorgverzekeraars Nederland, André Rouvoet. Ook hij memoreerde het belang van regionale samenwerking bij het invullen van onder meer de hoofdlijnenakkoorden die de afgelopen periode zijn afgesproken. “Wat ons betreft ligt er voldoende basis waaraan partijen nu zelf regionaal mee aan de slag kunnen gaan”, vindt hij.

Geef een reactie