Risico op kanker meer dan alleen pech

Onderzoekers van het UMC Utrecht en het Hubrecht Instituut zijn er voor het eerst in geslaagd om fouten te detecteren in de DNA-code van gezonde menselijke stamcellen. Zij vonden dat stamcellen in organen met een hoog risico op kanker evenveel DNA-fouten verzamelen als organen met een laag risico. Deze verrassende vinding laat zien dat de kans op kanker niet kan worden verklaard door het aantal DNA-fouten. Het onderzoek is deze week gepubliceerd in Nature.

(Tekst: UMC Utrecht)

Niet alle soorten kanker komen even vaak voor. Organen waarvan de stamcellen minder snel delen, laten een lager risico op kanker zien. Zo komt kanker van de dikke darm in Nederland 15 keer vaker voor dan leverkanker. Stamcellen zijn de belangrijkste bron voor de vernieuwing van onze organen. Het vermoeden was dat het verschil in risico op kanker verklaard zou kunnen worden door het aantal onvermijdelijke DNA-fouten die ophopen tijdens het delen van stamcellen. Cellen die meer delen zouden ongelukkigerwijs meer DNA fouten bevatten en daardoor eerder tumoren veroorzaken. Over dit controversiële idee is vorig jaar een publicatie verschenen, waarover momenteel in de wetenschap een heftig debat gaande is. Uit het nieuwe DNA-onderzoek blijkt nu dat iedere stamcel er jaarlijks 40 DNA fouten bij krijgt, onafhankelijk van de deelsnelheid.

Pech of levensstijl?

Levensstijl kan bijdragen aan kanker: zo verhoogt bijvoorbeeld roken de kans op longkanker aanzienlijk. Voor de meeste organen is het echter onbekend in hoeverre het risico op kanker het resultaat is van pech of een verkeerde levensstijl. Het huidige onderzoek draagt bij aan beter begrip over de rol van DNA fouten in het ontstaan van kanker en kan in de toekomst bijdragen aan betere preventie.

Onderzoeker dr. Ruben van Boxtel zegt: “We waren verrast te zien dat de hoeveelheid DNA fouten in stamcellen van verschillende organen hetzelfde is. Dit suggereert, in ieder geval voor sommige organen, dat het risico op kanker niet simpelweg te wijten is aan een verschil in de hoeveelheid opgehoopte DNA fouten.”

Organoïden

In deze internationale studie is gebruik gemaakt van een unieke combinatie van gekweekte mini-orgaantjes (organoïden) en grootschalige DNA-analyses. Deze zijn ontwikkeld in de laboratoria van prof. Hans Clevers van het Hubrecht Instituut en prof. Edwin Cuppen van het UMC Utrecht. De onderzoekers hebben het volledige genetische profiel van deze mini-orgaantjes in kaart gebracht. Hierbij is het DNA onderzocht van dikke darm-, dunne darm- en leverkweken, afkomstig van stamcellen van mensen tussen de 3 en 87 jaar oud.

Geef een reactie