Streep door resultaatgericht indiceren Wmo

Rechter haalt streep door resultaatgericht indiceren Wmo

Gemeenten moeten aangeven hoeveel uren huishoudelijke zorg nodig is. Zorgaanbieders hebben dan niet meer de vrijheid om te schuiven met tarieven en personeel. Maar wellicht zit er voor hen nog wel een verhoging van de tarieven in, zegt aanbestedingsexpert Tim Robbe.

(Tekst: Zorgvisie)

De hoogste rechter, de Centrale Raad van Beroep (CRvB), heeft vorige week de beleidsruimte van gemeenten beperkt. Drie uitspraken hebben vorige week veel aandacht gekregen. Gemeenten kunnen niet zo maar stoppen met de huishoudelijke hulp, ze kunnen niet volstaan met een collectieve voorziening en moeten goed onderzoek doen naar de individuele hulpbehoefte. Maar de hoogste rechter deed nog een vierde uitspraak die veel minder aandacht heeft gekregen, maar mogelijk nog veel verstrekkendere gevolgen heeft voor gemeenten en zorgaanbieders.

Resultaatgericht indiceren

In die uitspraak op 18 mei bekrachtigt het CRvB een eerdere uitspraak van de rechtbank van Rotterdam. Deze zaak gaat over het zogeheten ‘resultaatgericht indiceren’, zoals de gemeente Rotterdam dat doet. Bij deze nieuwe manier van indiceren sluit de gemeente contracten met zorgaanbieders over de resultaten die zij moeten behalen. Voorbeelden van ‘resultaatgebieden’ zijn ‘een schoon huis’, ‘beschikken over schone kleding’ of ‘versterking van zelfredzaamheid’. Hoe de zorgaanbieders deze resultaten bereiken, is geen zaak van de gemeente. De zorgaanbieders krijgen de vrijheid om dat zelf in te vullen. Hoeveel uren zorg wordt geleverd, welk niveau personeel wordt ingezet: dat is allemaal aan de zorgaanbieder.

Lees hier verder

Geef een reactie