Tekorten op zorgtaken kunnen eigenlijk niet bestaan

Tekorten op het budget voor lokale zorg, en Gemeenten houden zorggeld over. Ferme uitspraken in krantenkoppen en voer voor Kamervragen. Hoe zit het nu werkelijk met het geld en verantwoordelijkheden? En wat betekent dat voor gemeente en Rijk? Sociaal Bestek vroeg het aan Bart Leurs van de Raad voor de financiële verhoudingen (Rfv).

(Tekst: Zorg en welzijn)

Voor de Rfv is de decentralisatie van zorgtaken van Rijk naar gemeenten nog steeds nummer één van de onderwerpen waarover advies wordt gevraagd. Leurs: ‘Dat geef aan dat er nog grote onwennigheid bestaat over de nieuwe situatie, onzekerheid over wat de decentralisatie nu betekent voor financiën en verantwoordelijkheden. Niet zo gek, want het is een grote operatie met grote bestuurlijke consequenties. En het vergt nog wel enige tijd voordat alle betrokkenen zich daarvan bewust zijn en daarnaar gaan handelen.’

Geldstromen

Gemeenten ontvangen verschillende geldstromen vanuit het Rijk. De eerste is geld uit het gemeentefonds. Dit zijn financiële middelen die gemeenten naar eigen inzicht kunnen besteden om hun taken uit te voeren. Hoeveel geld iedere gemeente krijgt, wordt berekend naar aanleiding van een aantal maatstaven als bevolkingskenmerken en oppervlakte. Een tweede geldstroom bestaat uit specifieke uitkeringen. De gemeente moet die aan het doel besteden zoals het Rijk dat bepaalt. Voorbeelden van deze uitkeringen zijn gebundelde uitkeringen Participatiewet waaruit de bijstandsuitkeringen worden betaald. Een derde geldstroom kunnen gemeenten zelf in het leven roepen, namelijk die van gemeentebelastingen zoals toeristenbelasting en parkeerbelasting.

Lees hier verder

Geef een reactie