Wachttijden ggz voor sommige diagnoses te lang

De wachttijden in de ggz zijn lang en voor sommige diagnoses te lang. Dat blijkt uit een inventarisatie van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa). Voor 3 hoofddiagnosegroepen waren de totale wachttijden gemiddeld in september en oktober langer dan de afgesproken norm (de norm is 14 weken).

(Tekst: NZa)

Het is belangrijk dat ggz-aanbieders en zorgverzekeraars gerichte afspraken maken over het terugdringen van de wachttijden in de ggz, aldus de NZa.

Rol van zorgverzekeraars

We hebben controles uitgevoerd bij alle zorgverzekeraars op wat zij doen om de wachttijden terug te dringen. Voorlopige conclusie is dat we zien dat de wachttijden bij hen op de agenda staan, en dat zij veel acties ondernemen om ze aan te pakken. Alle zorgverzekeraars hebben contact met aanbieders met te lange wachttijden. Zij sturen echter nog niet voldoende op concrete resultaten en monitoren bijvoorbeeld niet structureel of de wachttijden door hun inzet daadwerkelijk korter worden. Begin volgend jaar publiceren we onze rapportage, waarin we aangeven of verdere maatregelen nodig zijn. We werken samen met de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ), die toetst of aanbieders zich inzetten om de wachttijden te verminderen.

Per diagnose

Met name voor aandachtsstoornissen, autisme en persoonlijkheidsstoornissen zijn de wachttijden lang. Aanbieders meldden een wachttijd tot 18 weken voor persoonlijkheidsstoornissen. De gemiddelde totale wachttijd voor een behandeling in de gespecialiseerde ggz was het langst in de zorgkantoorregio Flevoland, namelijk 19 weken. Daarmee overschrijdt deze de norm voor de totale wachttijd die aanbieders en zorgverzekeraars hebben afgesproken van 14 weken.

Vergelijken

Deze wachttijden zijn niet goed te vergelijken met die in onze eerdere rapportages. Die waren gebaseerd op de wachttijden die aanbieders op hun website vermeldden en werden verzameld door Mediquest. De wachttijden die we nu publiceren zijn berekend op basis van de gemiddelde wachttijd over de 2 voorgaande maanden die aanbieders moeten doorgeven aan Vektis. Zij geven daarmee beter weer hoe lang patiënten daadwerkelijk moeten wachten. Het beeld blijft echter op de belangrijkste onderdelen hetzelfde. De totale wachttijd in de basis-ggz en gespecialiseerde ggz blijft gemiddeld binnen de norm, maar bij 3 hoofddiagnosegroepen is de totale wachttijd langer dan de norm.

Aanwijzing

De NZa houdt toezicht op de aanlevering aan Vektis en legt aanwijzingen op als aanbieders in gebreke blijven. Verslavingszorgcentrum Care heeft een aanwijzing gekregen omdat het zijn wachttijdgegevens alsnog niet doorgaf nadat zij gewaarschuwd waren om dat voor een bepaalde deadline te doen. Andere aanbieders die een aanwijzing kregen, leverden hun wachttijden wel binnen de gestelde termijn aan. Inmiddels geeft ongeveer 90% van de instellingen en 70% van de vrijgevestigden tijdig zijn gegevens door. Voor vrijgevestigden bleek de regelgeving ingewikkeld, de NZa gaat die aanpassen. Bij de aanlevering van de wachttijden hebben we ons geconcentreerd op de instellingen, omdat die het overgrote deel van de ggz-zorg leveren. De NZa verlegt de komende periode haar focus naar de vrijgevestigden.

Geef een reactie